Liefde en werk

Dr. Aletta H. Jacobs vestigde zich als huisarts aan de Herengracht in Amsterdam. Daar ontving zij haar patiënten. Niet iedereen was even overtuigd van haar dokterskwaliteiten. Eens kwam de echtgenoot van een genezen patiënte klagen over de rekening: even hoog als die van een mannelijke arts. Dokter Jacobs antwoordde hem: "Hebt u dan, toen mevrouw Uw echtgenoote inderdaad ernstig ziek was, minderwaardige en daarom goedkoope hulp voor haar gezocht? Ik vermoed, dat het U in de eerste plaats om goede hulp te doen was". Enkele dagen later kwam de voormalige patiënte de rekening betalen.

Pessarium en Carel Victor Gerritsen

Het belang voor vrouwelijk perspectief in zorg

In de Amsterdamse Jordaan verleende Aletta Jacobs gratis consulten aan arme vrouwen. Deze armenzorg zou zij veertien jaar lang verlenen, iedere week twee keer. Ze zag in de praktijk hoezeer opeenvolgende zwangerschappen een lichaam konden uitputten. Had God het zo bedoeld, zoals de gelovige conservatieven zeiden? Dat dacht ze niet. Dankzij haar voortgaande wetenschappelijke studies onderzocht ze een voorbehoedsmiddel - het pessarium - dat via de Duitse arts Mensinga in haar bezit kwam. Ook werd zij lid van de Nieuw-Malthusiaanse Bond, die voor geboorteperking was. Dit leverde haar veel kritiek op. Evenzeer haar voorlichtingsboek De vrouw, haar bouw en haar inwendige organen (1899). Aletta: "Wat al schijnheiligheid heb ik in die dagen leren kennen! En nu denk ik o.a. aan predikanten, die openlijk tegen de voorbehoedmiddelen waarschuwden, doch hunne vrouwen naar mijn spreekuur zonden voor het inwinnen van advies. Medici kwamen mij opzoeken met het doel om te vernemen hoe de door mij aangeprezen middelen moesten worden toegepast, maar terzelfder tijd schaarden zij zich in het openbaar aan de zijde mijner tegenstanders".

Carel Victor Gerritsen

Kortom, laster en hoon waren haar deel. Zij hield stand. Aletta bezat principes, een sterke rug en gelukkig ook een aantal vrienden. Onder hen bevond zich Carel Victor Gerritsen (1850-1905), een sociaal bewogen man die verschillende beleidsfuncties zou vervullen. In hem vond ze een intelligente vriend, die haar steunde en bewonderde.

Zitgelegenheid voor de winkeljuffrouw

Dat de winkeljuffrouw niet mocht zitten, vond men normaal. Zo'n meisje moest letterlijk stand by zijn indien er een klant kwam. Men zei dat de klant het zo wilde. maar dr. Jacobs zag de gevolgen daarvan in haar artsenpraktijk. De klachten van de meisjes leken verdacht veel op elkaar: "En bijna altijd bleek na onderzoek, dat zij leden aan gynaecologische afwijkingen, waarvan ik de oorzaak slechts kon toeschrijven aan het feit, dat deze jonge vrouwen uren en uren achtereen en elken dag weder opnieuw moesten stáán". Een winkeljuffrouw werkte rond 1886 in de regel van acht uur 's morgens tot elf uur 's avonds, inclusief enkele korte pauzes dus vijftien uur. Medisch onverantwoord, sociaal onverantwoordelijk. Maar wettelijk toegestaan.

Wetgeving in 1902

Aletta Jacobs besloot aandacht te vragen voor deze kwalijke zaak. In januari 1894 publiceerde ze een hartstochtelijke oproep aan de vrouwen in Nederland om in winkels zitgelegenheid voor de winkeljuffrouw te verlangen. Als die eis niet werd ingewilligd, moest men als klant de betreffende winkel voortaan mijden. Een nationale discussie barstte los. Medici verklaarden zich tegen Jacobs en haar idee, maar er ontstonden ook vrouwencomité's die er juist voor waren. De bladen en kranten stonden bol van de artikelen. Ook nu bleef Aletta bij haar overtuiging. En zij won veld.

Geleidelijk ontstond de overtuiging, dat ook winkeljuffrouwen moesten kunnen uitrusten. Uiteindelijk werd in 1902 een wet aangenomen die zitgelegenheid voor de winkeljuffrouw verplicht stelde.

Burgerlijk huwelijk

In die tijd maakten Carel Victor Gerritsen en Aletta Jacobs samen veel mee. Bij de vriendschap was liefde gekomen. Hun vrije huwelijk hadden zij omgezet in een burgerlijk huwelijk, ondanks beider bezwaren tegen de belofte van gehoorzaamheid die de vrouw moest afleggen. En één bitterzoete dag waren zij vader en moeder van een zoontje, dat door een medische fout dezelfde dag nog overleed. Deze jaren woonden ze in het grote huis aan de Tesselschadestraat, waar ieder eigen leef- en werkruimte had. Vakanties brachten zij gezamenlijk door; beiden waren ook lid van de internationale wielrijdersbond. Gerritsen steunde zijn geliefde bij haar werk, en hij was een fervent voorstander van het vrouwenkiesrecht.